Binnen 4 werkuren duidelijkheid, altijd aan een vaste prijs.
Veel bestuurders vragen zich af hoeveel alcohol ze mogen drinken voordat ze achter het stuur kruipen. In België geldt een wettelijke limiet, maar die is niet voor iedereen hetzelfde en hangt af van verschillende factoren. Op deze pagina leggen we duidelijk uit wat de limiet is, hoe promille werkt en waarom “één glas” niet altijd veilig is.
Voor de meeste bestuurders in België geldt een maximumlimiet van 0,5 promille (‰) alcohol in het bloed. Bij een ademtest komt dat overeen met 0,22 mg/l uitgeademde lucht. Ben je daarboven, dan ben je strafbaar — ongeacht of je rijgedrag er zichtbaar door beïnvloed is.
Voor bepaalde bestuurders geldt een strengere grens van 0,2 promille. Dit is van toepassing op professionele bestuurders, zoals chauffeurs van bussen, vrachtwagens en taxi's, en op bestuurders die minder dan drie jaar hun rijbewijs hebben. Voor die laatste groep is de marge zo klein dat er in de praktijk sprake is van nultolerantie.
Wordt er bij een controle ook alcohol in combinatie met drugs vastgesteld, dan gelden verzwarende omstandigheden en kan de straf aanzienlijk hoger uitvallen.
Promille (‰) is een duizendste. Een alcoholgehalte van 0,5 promille betekent dat er 0,5 gram alcohol aanwezig is per liter bloed. Dat klinkt weinig, maar de impact op je rijvaardigheid is al merkbaar lang voor je die grens bereikt.
Alcohol remt je zenuwstelsel af. Je reactietijd vertraagt, je concentratie neemt af en je overschat je eigen rijvaardigheid. Dit maakt alcohol juist extra gevaarlijk. Iemand met 0,5 promille voelt zich vaak prima, terwijl zijn of haar reactiesnelheid objectief al is aangetast.
Promille is ook niet hetzelfde als alcoholpercentage. Een biertje van 5% bevat 5% alcohol per volume. Maar hoeveel promille dat oplevert in je bloed hangt af van je lichaamsgewicht, geslacht en hoe snel je lichaam alcohol afbreekt.
Dat is moeilijker te voorspellen dan de meeste mensen denken. Je alcoholgehalte na het drinken hangt af van verschillende factoren die per persoon sterk verschillen.
Je lichaamsgewicht speelt een grote rol: een zwaarder persoon verdunt alcohol over een groter bloedvolume, wat leidt tot een lager promillage bij dezelfde hoeveelheid drank.
Vrouwen hebben gemiddeld meer vetweefsel en minder lichaamswater dan mannen van hetzelfde gewicht. Daardoor bereiken ze bij gelijke alcoholconsumptie een hoger promillage.
Hoe snel je drinkt, of je gegeten hebt en hoe vermoeid je bent, beïnvloeden ook de opname en afbraak van alcohol. Een vuistregel bestaat niet. Eén standaardglas (een pintje bier, een glas wijn of een borrel) brengt een gemiddelde man van 80 kg op grofweg 0,15 tot 0,20 promille. Maar dat is een gemiddelde. Voor een lichte vrouw van 55 kg kan hetzelfde glas al 0,30 promille of meer opleveren.
De enige zekerheid is dat je na alcohol nooit precies weet waar je staat zonder een meting. Dat is precies waarom de politie ademtests gebruikt en waarom "ik voel me goed" geen juridisch argument is.
Dat hangt ervan af. Voor de meeste gezonde volwassenen blijft één standaardglas alcohol onder de wettelijke limiet van 0,5 promille. Daar dat is een gemiddelde, geen garantie. Je lichaamsbouw, geslacht, vermoeidheid en of je gegeten hebt bepalen mee hoe snel je boven de limiet zit.
Bovendien bouw je alcohol af met de tijd: roughly 0,10 tot 0,15 promille per uur. Heb je de vorige avond meerdere glazen gedronken, dan kan er de volgende ochtend nog steeds alcohol in je bloed zitten. Dat gevoel van nuchterheid klopt niet altijd met de werkelijkheid.
Voor beginnende bestuurders en professionele chauffeurs is de vraag sowieso niet relevant: hun limiet van 0,2 promille laat praktisch geen ruimte voor ook maar één glas.
Ervaren bestuurders met een rijbewijs van meer dan drie jaar vallen onder de standaardlimiet van 0,5 promille. Beginnende bestuurders — iedereen binnen de eerste drie jaar na het behalen van het rijbewijs — vallen onder de strengere grens van 0,2 promille.
Die grens is zo laag dat één standaardglas al risico oplevert. In de praktijk geldt voor beginnende bestuurders dus: niet drinken als je rijdt. Dat geldt ook voor jongeren die nog rijden met een voorlopig rijbewijs of stage-rijbewijs.
De reden achter deze strengere regel is tweeledig: beginnende bestuurders hebben minder rijervaring om risico's op te vangen, en alcohol vergroot die kwetsbaarheid verder. De combinatie van onervaren rijden en alcohol is statistisch bijzonder gevaarlijk.
Technisch gezien ben je niet in overtreding als je onder de 0,5 promille blijft. Maar "net onder de limiet" is geen veilige zone, het is enkel een juridische grens.
Je rijvaardigheid wordt al aangetast bij promillages die ruim onder de wettelijke limiet liggen. Onderzoek toont aan dat reactietijd en concentratie merkbaar verslechteren vanaf 0,2 promille. De wet trekt een lijn, maar die lijn is geen scheidslijn tussen veilig en onveilig rijden.
Bovendien kan de politie ook ingrijpen als je rijgedrag onaangepast is, zelfs al zit je onder de limiet. Als een agent oordeelt dat je niet meer in staat bent om veilig te rijden, kan hij een bloedproef vorderen. Zichtbaar onder invloed rijden is strafbaar, ongeacht het exacte promillage.
Hoeveel glazen mag je drinken en nog rijden?
Dat hangt af van je lichaamsgewicht, geslacht en hoe snel je drinkt. In veel gevallen blijft één standaardglas onder de limiet, maar zekerheid heb je nooit.
Wat is de promille limiet in België?
De algemene limiet ligt op 0,5 promille, terwijl voor beginnende bestuurders en professionele bestuurders een lagere limiet van 0,2 promille geldt.
Hoe lang blijft alcohol in je lichaam?
Gemiddeld breekt je lichaam ongeveer 0,1 tot 0,15 promille per uur af, maar dit verschilt per persoon.